woensdag 13 februari 2008

Ik zie hem regelmatig in de avondtrein naar huis, mijn eerste vriendje. Vreemd dat we inmiddels beiden naar hetzelfde afgebladderde stadje blijken te zijn verhuisd.
Hij herkent mij niet. Of doet net zoals ik alsof. Hij ziet er uitgeblust uit, onverschillig. Niet echt uitnodigend tot een ophalen van herinneringen. Zijn naar zeep ruikende getoupeerde haren van destijds liggen nu plat.
Twee weken hebben we iets gehad dat – voor mij althans - kon dienst doen als een tijdelijk opheffen van het alleen-zijn. Hij was me een jaar lang stiekem gevolgd doorheen de fuifzalen en plaatselijke cafés, had zelfs aangepapt met een vriendin van me om in mijn buurt te kunnen zijn. En al die tijd was ik blind voor zijn stille adoratie. (Hoe kón ik het ook weten, als hij voor mijn vriendin koos.)
Maar toen ik eindelijk op de hoogte was, wou ik het dus wel een kans geven. Hij zag er goed uit, en dat was toen nog het belangrijkste.
Na een week kussen en handjes vasthouden – bezigheden die om niet veel woorden vragen - vond ik wel dat hij me een beetje mocht leren kennen. Dus schreef ik hem een lange brief (ook toen al mijn manier van converseren), waarin ik mijn leven even voor hem samenvatte. Bij de eerstvolgende ontmoeting had hij die brief bij zich voor nog wat uitleg over het één en ander, maar toen bleek dat hij de pagina’s met rode stift was te lijf gegaan, als had hij de zinnen ontleed, en hij daarbij dezelfde nauwkeurigheid aan de dag had gelegd als waarmee hij – zo veronderstelde ik – ook te werk ging in het labo (hij studeerde chemie), was dat voor mij een geweldige afknapper (Wie raakt aan mijn schrijfsels …). En dus maakte ik het zonder veel poespas (lees: zonder tact) uit bij onze volgende afspraak.. Ik had ook geen ervaring in die dingen, snakte alleen naar de lonkende opluchting.
Geen idee wat hij daarbij voelde, hoe hij het opnam. Hij draaide zich gewoon om en verdween uit mijn leven. Achteraf – eens de paniek verteerd – kampte ik wel met een schuldgevoel, maar toen was hij al voorgoed verdwenen.
Tot enkele maanden geleden dus, toen ik hem op de trein herkende. En hij mij niet. Zou het kunnen dat hij nog steeds een hekel aan me heeft?

2 opmerkingen:

alias H.A. Bouwland zei

tsja Ephrim...
met het lezen van jou verhaal een antwoord...al zal het één van de vele kunnen zijn...ik ben ook zo jong geweest en mijn vriendinnetje leerde ik kennen in de trein...we zaten tegenover elkaar en raakten al ras in gesprek...ons eerste afspraakje volgde en een paar meer...maar goed waar het om gaat dat is haar hobby...het paardrijden...mee doen met concours elk weekend...ik ging eens mee om te kijken maar ik amuseerde me niet zo en omdat de hobby de overhand had kwam er even snel weer een eind aan de vriendschap...vele jaren later ben ik zelf bij toeval nou ja wat is toeval gaan paardrijden...ga zelfs deze zomer op vakantie te paard in een vergelegen land... spring zo af en toe ook tijdens een wedstrijd...heb nu eigenlijk na al die jaren een beetje verkering met haar hobby gekregen...zo kan het ook lopen dus...het vriendinnetje heb ik trouwens nooit meer gezien...

maarten zei

ik ben ook zo iemand vrees ik, niet willen herkennen.