Ik kijk graag naar het Britse "Masterchef" op tv. Deze kookwedstrijd heeft voor mij alle nodige ingrediënten: goed gemaakt, flitsende montage, een flinke portie drama (de voortdurend moordende tijdsdruk; een ingezakte soufflé met daarboven een rood aangelopen gezicht, net niet in tranen; de opdracht een gerecht te moeten maken waarvan men nog nooit heeft gehoord).
Ronduit zalig zijn de juryleden Gregg Wallace en John Torode, die bijna zo goed op elkaar inspelen als Statler en Waldorf, en de kandidaten tijdens het rondrennen in de keuken graag jennen met vragen als 'Waarom doe je mee aan deze wedstrijd?', wat dan steevast uitspraken oplevert als 'deelnemen aan Masterchef is mijn allergrootste droom en 'I'd be devastated if I didn't win'.' De verslagenheid is dan ook groot wanneer ze afvallen.
Maar het aantrekkelijkst aan dit programma, is de passie van de kandidaten. Oké, ik zal het maar toegeven: wanneer er wordt ingezoomd op zo'n van geluk overlopend gezicht van een winnaar, zit ik daar zelf ook met een brede glimlach en krop in de keel voor het scherm. Omdat ik passie zoiets moois vind. En toch wel een beetje jaloers ben op mensen met één of andere passie. Ik wacht nog steeds op de mijne ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten