Een erg magere vrouw, vlasblonde haren, stapt de wachtkamer binnen en vraagt naar hulp bij haar echtscheiding, met mij als toeschouwer. Ze spreekt alsof ze een koffie bestelt. Ze is mooi.
Een man zit naast me op de eerste rij, mijn tenen liggen nat in het gras. Hij heeft het over muiterij en ik moet lachen. Gefluister achter ons, wij luisteren.
Een grijze vrouw probeert haar onwillige rug van zich af te schudden op de trap. Ze loopt hem af en op, haalt beneden een tekst voor me over iets kwetsbaars. Ik lees hem voor, daarboven.
Een kind glijdt uit over regen en gilt: mijn arm is gebroken!! (En: ik wil naar mijn papa!) Het bloed kleeft aan lichaams binnenkant.
Een man, ook mager en blond, smeekt: zie mij graag. Ken mij! Je doet me zo tekort. Hij beschuldigt me ervan doodleuk te leven. (Eén van deze dagen zal zijn bed hem uitwerpen.)
Iemand zegt: ik zou dat nooit hebben gedaan. Dan legt hij een vinger op mijn arm om te voelen of ik pijn heb van zijn woorden.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
ik kijk even op en verdiep me daarna weer in het tijdschrift...
ik zit weer in de wachtkamer...het zelfde tijdschrift ligt er nog...er zitten nu alleen andere mensen...
Een reactie posten