donderdag 20 maart 2014

Toen ik gisteren op mijn iPod "Wide open road" hoorde, moest ik onvermijdelijk denken aan de Triffids-fan waarmee ik een jaar lang een flat deelde in Parijs. Ik zeg wel 'flat', maar een vergelijking met Harry Potters bezemhok onder de trap bij de Dursleys is hier meer op zijn plaats. Zoals iedereen weet, is Parijs een dure stad. We hadden de woonst vooral gekozen omwille van de ligging (het 10de arrondissement) en het fantastische balkon, dat bijna zo groot was als de hele bewoonbare oppervlakte die we huurden.
Andreas was twee jaar jonger dan ik en we hadden elkaar leren kennen via een website die tot doel heeft mensen die een huis willen delen samen te brengen. Ik vond hem een rare vogel - die trek ik blijkbaar aan, maar we konden het al van bij onze eerste ontmoeting goed met elkaar vinden.
Om niet te veel uit te weiden over mijn redenen van vertrek: het waren vooral impulsiviteit en ontsnappingsdrang die me richting Parijs duwden. Andreas daarentegen was zulke zottigheden gewend en werd daarin, als enig kind, gesponsord door zijn rijke ouders. Ik hield het hoofd gedurende dat jaar boven water met wat spaargeld, een schrijfopdracht hier en daar, en groenten verkopen in het winkeltje onder onze flat. Wanneer ik de bakken met groenten en fruit die buiten voor de winkel stonden bijvulde of herschikte, hoorde ik soms The Triffids uit het open raam twee verdiepingen hoger waaien. Andreas was aangenaam gezelschap, maar voerde niet veel uit. Hij kon urenlang mandala's zitten inkleuren aan de keukentafel, die hij vervolgens uitknipte en aan touwtjes ophing in mijn slaapkamer. Dromenvangers, noemde hij ze. Ik had de indruk dat hij met een onderhuidse depressie worstelde en een paar doelen miste in zijn leven. Wanneer we ons bij mooi weer 's avonds met een fles wijn op de Quai de Valmy zetten, dronk hij soms iets te veel (oké, dat kwam misschien ook wel doordat ik het altijd bij 2 glazen hield), en in 's ochtends opstaan was hij ook niet echt bedreven. Misschien was hij beter af geweest met armere ouders.
Hij kon erg charmant zijn, mijn huisgenoot. Zijn charisma leek wel een overlevingsstrategie. Op straat sprak hij wildvreemden aan, en onze avonden op de Quai leverden hem meer dan eens nieuwe vrienden op. Of scharrels voor enkele nachten. En ik profiteerde mee van de uitnodigingen voor feestjes die hij op die manier verwierf.
Na ons buitenlands avontuur zijn we beiden naar België teruggekeerd. Ik naar Antwerpen; hij is bij zijn ouders in een West-Vlaams dorp ingetrokken, er te erg tegenop ziend alleen te moeten wonen en in afwachting van een volgend wild plan. We hielden contact, spraken af en toe ergens tussen onze woonplaatsen af voor een etentje. Dan bracht hij altijd een paar ingekleurde mandala's voor me mee met kleuren te fel voor de steeds meer wegkwijnende Andreas. Hij had beter een paar eigen dromen gevangen ...
Op een dag was hij er niet meer. Wist wellicht niet meer waar hij nog naartoe kon lopen, of was gewoon uitgekleurd. De mandala's bewaar ik in een map op zolder, maar ik durf er nog steeds niet naar te kijken. The Triffids zijn al pijnlijk genoeg.

Geen opmerkingen: