dinsdag 24 december 2013

Een moeder die anders nooit iemand aanraakt neemt een streng van je haren tussen haar vingers en zegt: "Je haren worden zo dun." Je schiet in een oude kinderkramp en begint je te verdedigen. Dat ze altijd al dun waren, dat de lengte ze futloos maakt. Je denkt dagen na over het nut van zo'n opmerking. Van iemand die je met je verjaardag opbelt en zegt: "Je wordt oud."
Een dochter fluistert: "Je ruikt naar snoepjes, mama. Maar heel lekkere snoepjes, hoor."
Een kleindochter zoent een grootmoeder die steeds weer vragen afvuurt, maar nooit wacht op een antwoord. Die niet informeert naar het kerstrapport, maar wel wil weten: "Hoeveel weeg je?". Kinderen horen zuinig te zijn met hun zoenen.
Na het douchen bekijk je je dunne haren in twee spiegels en merkt halverwege je rug een donker vlekje op, grillig van vorm. Omdat je je moeders huid erfde, gaat je hart wat sneller slaan. Je weet niet hoe lang het vlekje er al is, en kan het ook niet goed zien. Je buurvrouw-vriendin onderbreekt haar ontbijt om naar je rug te komen kijken. En je gerust te stellen. Je moeder zit nog niet onder je huid.

Geen opmerkingen: