donderdag 14 november 2013

Dag F.,

Ik mis je woeste tuin die koppig het hele jaar door rozige rozenblaadjes uit knoppen duwt. Tussen het lange slordige gras de vijver als boobytrap voor liefdesverdrietigen, met aan de kant de matroos, daar achtergelaten door de vorige huiseigenaars. In de garage zijn onderhoudsdoos met zeep en zachte doekjes en misschien wel een warme blauwe reservemuts voor winterse dagen. Hij heeft zelfs een naam, deze stille stenen zeebonk, maar die ben ik vergeten.
Ik zie me daar nog zitten in een witte plastic kuipstoel, lage zon in mijn kleine ogen, terwijl rondom mij de hele tuin zich door de trage hete zomer sprinklert. Regenboogjes boven het gras, dronken hommels in mijn oren.
Die tuin is als Harry Potter's perron negen en driekwart; wij ontvluchtten daar de Dreuzels.
Het is moeilijk soms, hierbuiten, met een lucht zo hoog dat ze me gaat benauwen.
Weet je nog hoe je de matrassen hoog opstapelde in het midden van je woonkamer, en wij ons daar dan ruggelings op lieten neervallen? Twee mensen spijbelend van de volwassenheid.
Niets bevrijdt meer dan ontsnappen uit jezelf. Met schaterlach.

x

Geen opmerkingen: