We houden een hand, heel even, kil in warm,
maar mijn ogen sla je altijd neer.
Jij bent mijn stijlbreuk.
Zit me op de hielen en ik hak vloeren onder ons weg.
Tintel in dit lauwe leven - ik zink.
Hoe je erin slaagt zo niet te passen.
Je overrompelt. Knoopt mijn jassen los.
Kùs me dan! (Maar op mijn manier.)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten