woensdag 19 september 2012

Hij nam haar op zijn schoot en zei: 'Vergeet nooit, meisje, dat ik altijd veel van je gehouden heb, en ook altijd veel van je zal houden'. Daarna was hij gaan slapen, om nooit meer op te staan. In de kamer ernaast sliep zij door zijn doodgaan heen, en vertrok de volgende ochtend nietsvermoedend met de fiets naar school, zich er alleen over verbazend dat opa de garagedeur niet had losgemaakt, zoals gewoonlijk. Wat valt er verder stil te staan bij een nog gezonde man van nog niet eens zeventig, die de laatste tijd hoogstens 'snel moe' was? Die zeven jaar eerder nog een onvoorstelbare kracht had getoond bij het overwinnen van een agressieve kanker, en daar nu helemaal van was bevrijd?

Nu ligt hij daar als van was, met blauwe nagels en een blauw oor, een vage glimlach op de lippen. Zij, haar hart gevuld met opa (zo zegt ze), maakt kruisjes op zijn koude voorhoofd met de tranen van haar papa, die als een hoopje ellende over hem heen hangt.
Voor het eerst raak ik dode huid aan en merk daarbij mijn blauwgelakte nagels op.
Ook al was hij niet mijn vader, toch was hij àls mijn vader, maar wat hier ligt, is hij niet meer. (Waar ging hij naartoe?)

Ze heeft haar tekst al geschreven, om morgen voor te lezen bij het definitieve afscheid, met daarin een gedichtje van hem voor haar. Oma heeft het me al in tranen voorgelezen, maar nog zal ik niet voorbereid zijn.


Geen opmerkingen: