maandag 30 april 2012

Of ik ooit met een vrouw heb gekust, vroeg hij me.
Niet met een vrouw, maar met een meisje, en toen was ik er zelf ook nog één. Telt dat?
A. was een plooirokjesmeisje met lange, blonde pijpenkrullen, die ze verkreeg door elke avond, zonder uitzondering, met snoepjesroze krulspelden in bed te kruipen. We waren elf en beste vriendinnen, hoewel ik heel wat minder frivool door het leven ging. Ik kleedde me met de stijve prikstofjurken die van tussen de naaimachine van mijn grootmoeder kwamen gerold, en droeg mijn haren zoals ze aan weerszijden van de meestal scheef geknipte froufrou vielen. In de winter wandelde A. over de speelplaats in een gelig pelsen jasje, en dan werd onze gewoonte arm in arm te lopen tijdelijk opgeheven, want mijn hand op telkens dezelfde plek op haar arm zou haar vacht wel eens kunnen bevuilen. Ook al kwam dat idee van haar moeder, toch voelde ik me beledigd.
We gingen wekelijks, op zaterdagnamiddag, bij elkaar 'spelen', A. en ik. Er was in haar huis zelfs een speciaal daarvoor ingerichte 'speelkamer'. In die kamer bouwden we dan knusse hutjes, die we vulden met dekens en kussens, waarop we ons na het bouwen te rusten legden. En daar, in het hutje in de speelkamer in het huis van mijn vriendinnetje, begonnen we ons dus af te vragen hoe al dat kussen-dat-we-van-in-de-films-die-papa-zo-snel-wegzapte-kenden zou voelen. Zonder tong (we wisten nog niet dat die erbij hoorde) gingen we elkaar met onze monden te lijf, en om zeker geen kleren te bevuilen met onze handen, trokken we die gehoorzaam uit.
Toen mijn moeder hier later lucht van kreeg, verbood ze mij nog langer met A. om te gaan. Ik veronderstel om mijn lesbische ontwikkeling in de kiem te smoren. Maar ik vond er zo al niks aan, aan dat kussen. En jongens waren al helemààl vies.

Geen opmerkingen: