Ik ben vannacht wel een half uur lang op zoek gegaan naar ruis. Ruis op de wekkerradio, een moderne zwart met grijze kubus en felblauw scherm. Dat scherm staat meestal uit want ik wil slapen in het donker, maar dan zie je de cijfers niet, en soms word ik daar zo nieuwsgierig naar dat ik mezelf ervoor wakker maak, me op mijn rechterelleboog van de matras opdruk en het blauw laat oplichten. De daarvoor bestemde knop vind ik op de tast, want ik ben thuis in het donker, waar ik me veilig en onbekeken voel.
De reden waarom ik op zoek was naar ruis, klinkt misschien een beetje ongewoon, maar wellicht niet voor moeilijke slapers, en van die club ben ik al jaren lid. Mijn ventilator begon het namelijk te begeven de voorbije nacht, rond een uur of twee.
Die ventilator (de tweede al; nummer één heeft vorige zomer de geest gegeven, na jarenlange trouwe nachtdienst) heb ik een tijd geleden terug uit zijn pensioen in de garage gesleurd en een plaats in de slaapkamer gegeven, waar hij tot taak heeft het rumoer in het appartementsgebouw (dichtslaande deuren, een ratelende lift, een toilet dat wordt doorgetrokken) weg te blazen, wanneer ik wil slapen. En ja, dat is koùd met zo’n vriesweer, ook al richt ik hem op de muur, die de lucht dan wel de hele kamer rondkaatst. Maar het is me dus om het gezoem te doen. Gezoem dat bijna elk ander geluid opslorpt.
Maar vorige nacht werd ik iets voor twee wakker en rook een toch wel vreemde, hoewel vage geur. Die niet anders dan van de ventilator afkomstig kon zijn. Mijn bijna voortdurende angst dat dat ding eens tijdens mijn slaap vlam zou vatten, die het net nooit kon winnen van het gemak met dat gezoem te slapen, kreeg nu toch de overhand en ik heb de stekker uitgetrokken. Maar toen was het STIL ... En moest er een vervanggeluid gevonden worden. De ruis dus.
Ik weet nu dat de hele FM-band vol met zenders zit, de ene naast de andere, en dat complete ruis nauwelijks te vinden is. Of na een aantal minuten toch plots muziek begint door te laten.
Mijn nachtlamp is talloze keren aan en weer uit geweest. Telkens moest ik op zoek naar nieuwe, zuivere ruis. Na een half uur had ik het koud en was ik gefrustreerd en klaarwakker. Kon ik de kersenpitten opnieuw gaan opwarmen in de keuken en heb ik me laten verleiden tot een stukje slaappil.
Tot half zes vanmorgen is het goed gegaan. Toen veranderde het geruis in muziek en heb ik de radio moeten uitzetten en het raam opengezwierd om over te schakelen op het beginnende geraas van de auto’s op straat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten