woensdag 12 maart 2008

Is de stad om acht uur ’s ochtends een plaats voor kleine kinderen die tien meter achter hun moeder aansjokken met een melkfles in de ene en een pakje wafels in de andere hand, langs een met auto’s volgepropte vierbaansweg? Is het een plaats voor de bedelaar die je ’s avonds op weg naar het station gehaast van je afschudt, zijn beteuterde “Vous ne voulez pas m’aider?” nog in de lucht? (Maar zijn ogen zullen je begeleiden tot aan het perron.)
Ik ben dan, zo onder de witte paraplu die de donkere lucht ver boven mij houdt, niet van hier. (En het meisje aan de kant van de weg dat me boos naroept omdat ik daar ben, wordt genegeerd.)
Het is pas in mijn bed, dat ik om me heen begin te slaan. Het deugddoende kletsen in gezichten. Het uitspuwen van de resten van de dag.

1 opmerking:

Soet zei

daar zegt u het...