Eén van mijn beste vrienden liet me onlangs weten 'het moeilijk te vinden met iemand een e-mailrelatie te hebben'. Omdat hij vindt dat we elkaar te weinig zien. Omdat dat meestal niet kan voor mij. Hij was nochtans altijd vol begrip voor mijn niet-kunnen. Hij voegde eraan toe dat hij maar met één andere vriendin zo'n e-mailrelatie heeft, 'maar die woont ver weg'. Dat zinnetje leek mij alles te zeggen. Alsof ver weg wonen wèl een geldig excuus is.
Het is een vluchtige, jachtige, onverschillige wereld waarin we leven. Zeker als je niet meer meekan.
Je ziet alles en iedereen aan je voorbij razen, en kan niet anders dan toekijken. Vanop een afstand die zo groot is dat je niet meer echt lijkt mee te tellen. Mensen hebben het te druk voor wie niet deelneemt. Te druk zelfs om zich af te vragen hoe het met je gaat.
Je kan daar begrip voor hebben, je weet immers dat je zelf zo bent in betere, drukkere tijden, dat de mens nu eenmaal een egoïstisch wezen is. Zelfs wanneer het moeilijker gaat. Ook dan is er nog altijd dat stemmetje: 'Kijk naar mij! Ik ben er ook nog! Ik tel ook nog mee!'. Je kan er dan voor kiezen om te gaan klagen, om met achs en wees de aandacht naar je toe te trekken. Maar je hebt je trots, en je wil ook wel flink zijn en voor ogen blijven houden dat het echt wel weer eens beter zal gaan.
En je weet dat er mensen zijn die om je geven, die je dat ook duidelijk zeggen zelfs. En je kan het hen niet kwalijk nemen dat ze niet helderziend zijn.
En uiteindelijk ben je iemand - dat moet je toegeven - die de gewoonte heeft het 'allemaal zelf wel op te lossen'. Want dat heb je zo geleerd van jongs af aan. Niemand kan je helpen, alleen jij zelf. En dat doe je niet eens zo slecht.
Enkele nachten geleden dacht ik dat ik doodging. Letterlijk. Dat mijn lichaam zou 'uitvallen'. Als een defect toestel dat er de brui aan geeft. Omdat het - dat lichaam - zò niet meer kon. Ik vroeg mijn lief, die zijn armen warm rond iets legde dat mij bijna niet meer leek toe te horen, of hij nog wist waar de instructies voor mijn einde liggen. Maakte de bedenking dat mijn dochter niet tijdens haar zeeklasweek zou mogen worden gestoord.
Gedurende die uren woonde ik ook ver weg van mij. Onbereikbaar haast.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten