G. heeft dat goed gezien. Zijn roep om hulp vermommen als een verslaving. Een legertje verzorgers rond zijn bed. Ouders die hem dwingen soep te drinken. Een nest voor hem bouwen van schuldgevoelens.
Hij bracht mij thuis en ik stuurde hem naar de hel. Voor mijn deur voel ik me veilig – ik heb genoeg dollemansritten achter de rug.
Voor hem is het nu wachten van jaar tot jaar, tot de Japanse kerselaar de lucht heel even roze kleurt. Hij stuurt mij boeken en Ultima Vez gedans. Tot ik van deur verander en verdwijn.
Hij zal slapen tot het donker wordt.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten